Wet Natuurbeschermings
Start
WBE Sevenum
Kalender/Nieuws
Wild in beeld
Wet Natuurbeschermings
Wildschade
Jacht links
Sponsors
Contact

Met ingang van 1 januari 2017 is de Flora- en faunawet vervallen en vervangen door de
wet Natuurbescherming

Bepaalde dier- en plantensoorten zijn beschermd. In Nederland, maar ook wereldwijd. Deze soorten worden met uitsterven bedreigd omdat hun leefgebied wordt aangetast doordat grond wordt gebruikt voor bebouwing, landbouw of wegen. Dit gaat vaak samen met ontbossing. Ook vissen worden bedreigd door vervuiling of overbevissing. 

Voor wie
De wet Natuurbescherming geldt voor iedereen in Nederland. Wie jaagt heeft met de wet te maken. Maar ook wie beschermde dieren opvangt of bij beheer en schadebestrijding. Wat wel en niet mag is vastgelegd in deze wet. De onderwerpen gaan over:

  • Soortenbescherming
  • Biologische bestrijders
  • Opvang van beschermde dieren
  • Overlast en schade door beschermde dieren
  • Jagen
  • Prepareren

Op deze website beperken we ons tot het onderwerp Jagen.

Jagen
De wilde eend, haas, fazant, houtduif, konijn en patrijs zijn aangewezen als wild. Op deze dieren mag gejaagd worden (met uitzondering van patrijs) in een vastgestelde periode.

Wildsoort

 

Begin jacht:

Tot en met:

Wilde eend

15 augustus

31 januari

Haas

15 oktober

31 december

Fazantenhen

15 oktober

31 december

Fazantenhaan

15 oktober

31 januari

Houtduif

15 oktober

31 januari

Konijn

15 augustus

31 januari

Patrijs

jacht is niet geopend

 

Jagen buiten deze vastgestelde periode of op andere soorten, mag alleen als hiervoor een ontheffing is afgegeven voor beheer en schadebestrijding.

ReeŽn
In de wet  is bepaald dat beheren nodig is voor de bescherming van de reeŽn zelf en dat reeŽn zo min mogelijk ongelukken veroorzaken; de verkeersveiligheid.

Voor de bescherming van de reeŽn zelf is het noodzakelijk dat de drie primaire levensbehoeften voor de instandhouding van de reeŽn voldoende en in balans aanwezig zijn. Is dat niet het geval zal er onvoldoende eten, onvoldoende rust en onvoldoende rustplaatsen zijn. De reeŽn zullen hierdoor gestrest raken door verstoring van de sociale structuur, andere en slechtere gebieden moeten opzoeken wat deze dieren in een slechtere conditie brengt, zodoende zwak worden en ziekten meer kans krijgen waarbij uiteindelijk er veel reeŽn zullen sterven. Voor de overgebleven reeŽn heeft dit tot gevolg dat de leeftijdsopbouw is verstoord etc. De cyclus blijft negatief ten koste van het ree.
Een andere factor om het aantal reeŽn te beheren is de verkeersveiligheid. Er gebeuren veel ongelukken als de jonge reeŽn wegtrekken om hun eigen plekje te zoeken, tijdens de paartijd wanneer de reeŽn maar met ťťn ding bezig zijn en hun omgeving vergeten en als reeŽn zich verplaatsen van hun verblijfplaats naar weiden en akkers om hun voedsel te zoeken. Daarnaast kan de schade aan land-, bos- en tuinbouw een reden zijn voor beheer.